Eind december 2018 liepen het onderzoek en de rechtszaak van het Serious Fraude Office (SFO) tegen Alstom in het Verenigd Koninkrijk ten einde. Informatie van het OM in Zwitserland vormde in 2009 de aanleiding voor het onderzoek en zaak tegen Alstom: mogelijke omkoping bij het verwerven van opdrachten voor in totaal ruim 300 miljoen euro. Er lagen verdenkingen van omkoping bij aanbestedingen in het openbaar vervoer, infrastructuur en energiecentrales in diverse landen. In het onderzoek werd samengewerkt met de autoriteiten in onder andere Tunesië, India, Polen, Hongarije, Litouwen, Frankrijk, Cyprus, Liechtenstein en Zwitserland.

Voor omkoping in Litouwen werden Nicholas Reynolds, John Venskus en Göran Wikström veroordeeld. Venskus (1943) en Göran (1950) kregen eerder dit jaar gevangenisstraffen van 42 en 31 maanden. Reynolds (1965) werd in december veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden cel. Het drietal betaalde via Alstom Prom AG in Zwitserland zo’n 5 miljoen euro aan steekpenningen aan functionarissen van een energiebedrijf en aan politici om 240 miljoen euro aan opdrachten binnen te hengelen. Alstom Power, in 2015 overgenomen door General Electric, bekende in mei 2016 schuld en moest aan boete en compensatie ruim 20 miljoen euro betalen. In deze zaak tegen Alstom werd een ander bedrijfsonderdeel, Alstom Network, in april 2018 schuldig bevonden aan omkoping bij een opdracht in Tunesië. Daar werd 2,4 miljoen euro betaald aan een schijnbedrijf bij het verkrijgen van een contract met een waarde van 85 miljoen.
In twee andere zaken volgde eerder dit jaar vrijspraak voor Alstom Network en de betrokken managers. Zo was er onvoldoende bewijs voor mogelijke omkoping bij opdrachten in Polen en India, evenals bij de levering van treinstellen voor de metro van Boedapest.
bron: The Wall Street Journal (Samual Rubenfeld, Nina Trentmann), SFO