Stapel, Diederik

Diederik Stapel

De grootste wetenschapsfraude ooit in Nederland kreeg eind november 2012 een ontknoping. De commissie-Levelt, die ruim een jaar intensief onderzoek heeft gedaan naar de wetenschapsfraude van Diederik Alexander Stapel (1966), presenteerde haar eindrapport.

De Commissie stelde fraude vast in 55 publicaties en 7 dissertaties. Ook in 10 door hem begeleide dissertaties bleken één of meer hoofdstukken gebaseerd op gefingeerde data. De fraude bestond eruit dat Stapel datasets manipuleerde en/of zelf fabriceerde. Coauteurs en met name promovendi zijn hierdoor in ernstige mate gedupeerd. Ook het imago van de wetenschap en in het bijzonder van de sociale psychologie, heeft forse schade opgelopen. De universiteiten van Tilburg, Groningen en Amsterdam hebben reputatieschade geleden, ook internationaal.

Stapel stond de pers niet te woord, maar legde de volgende verklaring af:

“Ik heb gefaald als wetenschapper. Ik heb collega’s die in het volste vertrouwen met mij samenwerkten een rad voor ogen gedraaid. Dat is verschrikkelijk. Ik voel diepe, diepe spijt voor de pijn die ik anderen heb aangedaan. Ik voel veel verdriet, schaamte en zelfverwijt. De waarheid was beter afgeweest zonder mij. Ik heb een wereld gecreëerd waarin nauwelijks iets mislukte en alles een inzichtelijk succes was. De wereld was perfect: precies zoals verwacht, voorspeld, gedroomd. Op een vreemde, naïeve manier dacht ik dat ik iedereen hier een plezier mee deed. Dat ik mensen hielp.”

“Ruim een jaar geleden spatte die wereld van illusies uit elkaar. Ik werd ontslagen. Ik werkte mee aan het onderzoek van de commissie. Ik leverde mijn doctorstitel in en ik hield me stil: ik vond dat het onderzoek in stilte moest kunnen plaatsvinden en ik wilde de commissie niet voor de voeten lopen. Ik ben het afgelopen jaar intensief bezig geweest om mijn gedrag te doorgronden en aan te pakken. ,,Hoe heeft het in hemelsnaam zo ver kunnen komen?” Ik heb professionele hulp gezocht, ik ben dagboeken gaan schrijven en dankzij gesprekken met vrienden, familie en dankzij chemie en therapie leer ik stukje bij beetje mijn kwelgeesten in de ogen te staren en te temmen.”

“Ik ben blij dat de commissie haar onderzoek heeft afgerond. Hopelijk luidt deze afronding een nieuwe fase in voor alle betrokkenen en kan iedereen de toekomst, ondanks de littekens, de teleurstelling en de verbijstering, met vertrouwen tegemoet treden. Dat hoop ik. En daar wil ik het nu bij laten.”

… maar Stapel werkte natuurlijk niet in een vacuüm

De commissie had ook tot taak om na te gaan waarom deze fraude en de schendingen van een behoorlijke wetenschappelijke werkwijze nooit zijn ontdekt binnen de wetenschappelijke sector. Waarom waren andere coauteurs, collega-hoogleraren in binnen- en buitenland, leden van promotiecommissies of reviewers van internationale tijdschriften onvoldoende kritisch? Levelt en zijn collega’s konden niet anders concluderen, dan dat er van laag tot hoog sprake was van een algemene veronachtzaming van fundamentele wetenschappelijke standaarden en methodologische eisen. Ze concludeert:

“De kritische functie van de wetenschap heeft, in het geval van de fraude van de heer Stapel, gefaald op alle niveaus. Basisprincipes van wetenschappelijke methodologie werden genegeerd of als irrelevant ter zijde geschoven. Dat heeft naar het oordeel van de Commissies in belangrijke mate bijgedragen aan de zeer uitgestelde ontdekking van die fraude. Het siert de Tilburgse klokkenluiders die schendingen van wetenschappelijke integriteit wél ontdekt te hebben en daar ook naar gehandeld te hebben.

Echter, de bespreking van factoren die de fraude van de heer Stapel hebben gefaciliteerd, zijn machtige positie van coryfee en de falende kritische functie van zijn wetenschappelijke wereld laten onverlet de conclusie van de Commissies, dat de fraude begaan door de heer Stapel dusdanig is dat hij in die factoren en omstandigheden geen enkel excuus voor zijn handelen kan vinden.”

Onderzoeksgegevens en uitkomsten soms te mooi om waar te zijn

Tilburg University

De fraudezaak werd in gang gezet door drie jonge onderzoekers uit het Departement Sociale Psychologie van de Tilburg University. Zij meldden eind augustus 2011 hun verdenkingen met betrekking tot de datavervalsing van Stapel aan de departementsvoorzitter prof.dr. M. Zeelenberg, die een en ander direct overbracht aan de Rector Magnificus.
Ook twee hoogleraren constateerden eerder dat data soms ‘te mooi waren om waar te zijn’. Geen van deze eerdere meldingen hebben echter tot verdere stappen geleid.
Stapel werd in september 2011 ontslagen.

Eind oktober 2011 deden de Universiteit van Tilburg en de Rijksuniversiteit Groningen gezamenlijk aangifte tegen de frauderende hoogleraar. Het stond toen nog niet vast dat Stapel ook tijdens zijn werk aan de Universiteit van Amsterdam had gefraudeerd. Wel onderzocht de universiteit de mogelijkheid om zijn doctorsgraad in te trekken ‘op grond van uitzonderlijk wetenschappelijk onwaardig gedrag, in strijd met de aan het doctoraat verbonden plichten’.

Robbert Dijkgraaf, destijds president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), zei na de aangifte tegen Stapel onder andere; “Door Stapel zijn intimiderende houding en het feit dat hij werd gezien als ‘ster-onderzoeker’ was het erg lastig om publiekelijk aan hem te twijfelen.”

Fraude-onderzoek

Voor het nader onderzoek werden drie commissies ingesteld, genoemd naar hun voorzitter en elk behorend bij een universiteit waar Stapel actief was geweest in een bepaalde periode:

prof. dr. W.J.M. Levelt, Tilburg University,  2007 – 2011

prof. dr. E. Noort,  Rijksuniversiteit Groningen, 2000 – 2006

prof. dr. P.J.D. Drenth, Universiteit van Amsterdam, 1993 – 1999

In oktober 2012 kwam daar ook nog een strafrechtelijk onderzoek bij door de fiscale opsporingsdienst FIOD en het functioneel parket op verdenking van valsheid in geschrifte en oplichting. Opsporingsambtenaren namen zijn laptop, mobiele telefoon en financiële administratie in beslag. Stapel werd verdacht van het oplichten van de overheid door het aanvragen van subsidies voor onderzoek waarvoor hij de gegevens heeft verzonnen. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) verstrekte Stapel de afgelopen jaren in totaal 2,2 miljoen euro aan subsidies. Ook zou het mogelijk gaan om onderzoeksgeld van de universiteiten waar Stapel werkte.
Justitie onderzocht daarnaast of Stapel zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrifte door het gebruiken van vervalste datasets voor onderzoek en bij het schriftelijk verantwoorden van subsidies voor onderzoek.

Wetenschappelijke loopbaan

Stapel studeerde in 1991 cum laude af aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in zowel de psychologie als de communicatiewetenschap. Na zijn studie was hij onder meer verbonden aan de University of Chicago en de University of Michigan (1996) en een tijdlang werkzaam als consultant. In 1997 promoveerde hij aan de UvA eveneens cum laude in de sociale psychologie. De KNAW stelde Stapel in 1998 voor vijf jaar aan als Akademieonderzoeker.

Personality and Social Psychlogy Bulletin

In 2000 werd Stapel benoemd tot hoogleraar Cognitieve Sociale Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Twee jaar later ontving hij een Pionier-subsidie van de NWO. In 2006 vertrok hij naar Tilburg. Stapel publiceerde 130 artikelen in wetenschappelijke nationale en internationale tijdschriften zoals Science en 24 hoofdstukken in verschillende boeken.
Boeken van zijn hand zijn bijvoorbeeld Angels and demons: How to increase sustainable behavior (2011), Op Zoek naar de Ziel van de Economie: Over het Werkwoord Hebben en het Werkwoord Zijn (2008) en Social comparison theories (2007).

 

bron: Onderzoeksrapport commissie Levelt, NRC, Volkskrant, NOS, AD, Wikipedia

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *