Chang, Cecilia

Cecilia Chang

Cecilia Chang was een uiterst succesvolle fondsenwerver van St. John University in de stad New York, die in haar carrière ruim 20 miljoen dollar ophaalde, maar begin november 2012 zelfmoord pleegde tijdens haar rechtszaak wegens fraude. In al die jaren had ze haar werkgever ook voor tonnen opgelicht en daar rijkelijk van geleefd. Zo gaf ze haar zoon een creditcard en declareerde al zijn uitgaven – van Big Macs tot skivakanties – bij de universiteit. Deels gebruikte ze het geld om haar superieuren te complimenteren met dure cadeaus en vakanties. Deze katholieke universiteit in Queens werd genoemd naar Johannes de Doper (Sint Jan Baptist) en opgericht in 1870 door de Congregatie der Missie (Lazaristen). Met een kandidaatsdiploma uit Taiwan op zak, ging Chang (1953) er in 1975 aan het werk. Ze haalde al snel haar bul en een MBA en een paar jaar later een doctorstitel aan Columbia. Cecilia was slim, gedreven en bedreven in het paaien van haar superieuren.

Fondsen werven in Azië

Op St. John raakte ze bevriend met de toenmalige president pater Joseph Cahill. Hij bevocht met succes de secularisatie van de universiteit, vasthoudend aan zijn overtuiging dat alle wijsheid van het Vaticaan kwam. Hij zag een mogelijkheid om Chang in te zetten bij het Asian Center en om fondsen te werven in de rijke Taiwanese gemeenschap. Ondanks zijn conservatieve religieuze buitenkant had Cahill een ondeugende binnenkant. Hij deelde wel eens het bed met een vrouw – waaronder Chang – en was een gokker. Chang ging wel eens met hem mee naar Belmont en Atlantic City.

Pater Donald Harrington volgde Cahill op in 1989, hetzelfde jaar waarin Chang Amerikaans staatsburger werd. Harrington was veel meer een vriendelijk, zacht figuur, die tegenstellingen uit de weg ging en zich veel meer CEO voelde, zoals hij later zou zeggen. Hij streefde diversiteit en betrokkenheid na en kon er met trots op wijzen dat de studenten uit 122 landen overwegend niet katholiek waren. Als lazarist versterkte Harrington de aandacht voor de minder bedeelden; meer dan 40% van het budget van de universiteit ging naar beurzen en financiële ondersteuning, zelfs voor daklozen. Zelf was hij een begenadigd fondsenwerver, die bij zijn start een fonds uit schenkingen aantrof van zo’n 74 miljoen dollar. In 2012 was dat gegroeid tot meer dan 400 miljoen dollar. Geld dat hij gebruikte om de campus in Queens te veranderen in een groene oase midden in de hectische stad. Hij realiseerde studentenhuisvesting, een nieuwe kerk en liet de sportvoorzieningen ingrijpend renoveren. Ook opende hij vestigingen in Rome en Parijs.

Kort na zijn aantreden ontving de universiteit een royale gift van de Taiwanese regering. Het leek niet meer dan logisch Chang onder andere hiervoor in te zetten, zeker in die tijd, waarin Azië een nieuwe toekomst belichaamde. Chang gaf Harrington vanaf die begindagen regelmatig giften – ook baar geld –  zoals volgens haar gebruikelijk was in de Chinese cultuur. En als Harrington het – levend onder de gelofte van armoede – wat te veel vond worden, deed Chang het voorkomen of de kostuums van Modestos of Sam’s Tailor een geschenk waren van één van de vele connecties die ze op hun acquisitietrips hadden ontmoet. Om het jaar trok ze met Harrington, andere paters en Rob Wile, hoofd van het stafbureau, een dag of tien door Azië langs belangrijke relaties uit haar netwerk; bestaande zowel als potentiële donoren. Het programma regelde ze tot in de puntjes en alleen het beste was goed genoeg. Om zo het imago van St. John als excellente universiteit te onderstrepen.

Wile studeerde in 1999 af en kon gelijk aan de slag voor Harrington, die hem in 2004 benoemde tot hoofd van het stafbureau. De sportieve, breed geschouderde Wile was makkelijk in de omgang. Geldschieters mochten hem graag, evenals hun kinderen. In die opzichten was hij complementair aan zijn wat formelere baas, waarmee hij een goede relatie opbouwde.

Hoge onkosten, veel studiebeurzen

Chang had ook aan Wile een creditcard gegeven voor haar rekening. Hij gaf daar in 5 jaar tijd zo’n 45.000 dollar op uit bij onder andere Louis Vuitton, Lanvin, Hermès en Prada. En dan gaf Chang graag dure horloges, waarvan Harrington en anderen dachten dat ze afkomstig waren van ontvangers van een St. John-eretitel uit Hong Kong, zoals bijvoorbeeld Samson Sun. Of Chang betaalde met haar creditcard het hotel als ze op hun terugvlucht vanuit Azië een paar dagen bijkwamen op Hawaï. Harrington had anders wel 10 dagen last van een jet lag.

St. John, Queens Campus

De uitgaven waren uiteindelijk allemaal voor rekening van St. John, veelal goedgekeurd door CFO Tom Nedell en het hoofd van het stafbureau. Zelfs toen ze haar zoon een beurs had toegekend voor zijn rechtenstudie, maar door Harrington daarop werd aangesproken. Ze gaf haar vergissing toe en schreef 2 cheques uit voor een bedrag van bijna 60.000 dollar om het terug te betalen. Dat bedrag bracht ze daarna echter wel onder in haar onkostendeclaratie. Een andere eigenaardigheid, die in haar professionele context wel voor de hand lag, was dat ze aan kinderen van iedereen die ze kende een studiebeurs toekende: aan een neef van haar kapster, aan de dochter van de uitbaatster van haar favoriete restaurant in Queens en aan de dochter van Marianna Addabbo, die later haar assistent werd. Als tegenprestatie moesten de studenten wel 20 uur per week werken, waarvan Chang volop gebruik maakte. Sommige studenten werkten op haar kantoor, waar ze hielpen met het vervalsen van de onkostendeclaraties. Anderen werkten bij haar thuis in het huishouden.

Harrington wees haar bij herhaling op het hoge uitgavenniveau en op de aanbevelingen uit het jaarlijkse accountantsonderzoek: maak geen gebruik van een Taiwanese creditcard en voeg originele aankoopbewijzen toe bij onkostendeclaraties. Chang sloeg het allemaal in de wind. In 2007 haalde ze ongeveer net zoveel geld binnen voor de universiteit als ze uitgaf en was voor Harrington de maat – opnieuw – vol. Maar ze kon altijd zorgen dat er meer geld binnenkwam, beweerde ze dan. In 2009 had ze geluk met een grote donatie van 750.000 dollar, maar verder werd het binnenhalen van donaties steeds lastiger. Ook omdat ze al jaren geen geld meer ontving uit Taiwan, waar de Taipei Times in 2003 over haar schreef dat ze lokale ambtenaren probeerde om te kopen.

Onder toenemende druk

Intussen had Chang steeds meer geld nodig. Niet alleen voor alle giften aan deze en gene, maar ook voor haar gokverslaving. Ook de duizenden dollars die ze daarbij verloor, voerde ze als onkosten op bij haar werkgever.

Donald Harrington

Medio december 2009 werd haar fraude ontdekt, toen andere creditcard afschriften opdoken op het kantoor van president Harrington, dan welke Chang bij haar declaraties had gevoegd. Nu kon Harrington niet meer ingrijpen en begin januari 2010 besloot het bestuur de zaak over te dragen aan justitie. Chang raakte behoorlijk aan de drank en nam uiteindelijk – tegen alle adviezen in – haar eigen verdediging op zich. Eerder had ze een schikking afgewezen, maar liep nu de kans voor maximaal 20 jaar achter de tralies te verdwijnen. Na haar eerste procesdag bereidde ze zich thuis voor op haar zelfdoding. Georganiseerd en attent als altijd schreef ze maar liefst 3 afscheidsbriefjes. Eén voor haar enige zoon, één voor de rechter en de jury en een derde, waarin ze venijnig uithaalde naar haar werkgever, waardoor ze zich uiteindelijk bedrogen voelde.

bron: vertaald en bewerkt naar “The Dean of Corruption”, een artikel in New York Magazine (Steve Fishman)


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *