Tromp, Emsley

Emsley Tromp (1959) studeert in Puerto Rico, waarna hij zijn PhD in Economics cum laude haalt aan de Pennsylvania State University. Op 23-jarige leeftijd komt hij in dienst van de Shell-raffinaderij op Curaçao. In 1985 wordt hij als econoom binnengehaald bij wat dan nog de centrale Bank van de Nederlandse Antillen heet, waarvan hij in 1991 president-directeur wordt.

Emsley Tromp

Aan het begin van de eeuw doet John Deuss – met steun van Tromp – een poging om de Curaçaose Girobank in te lijven. Door de (te) sterke oppositie gaat deze deal niet door. Voor de overname van de Banco di Caribe, verzekeraar Ennia en de Nationale Investeringsbank door de Iraans-Amerikaanse zakenman Hushang Ansary verleent hij wel toestemming. Daar is niet iedereen blij mee.

Tromp bouwt relaties op met zakenlieden, ministers, premiers, hoge ambtenaren en gewezen personeel en trekt in de loop der jaren veel verantwoordelijkheden binnen de bank naar zich toe. Hij is het die vergunningen verstrekt aan en toezicht houdt op banken, verzekerings-maatschappijen, beleggingsfondsen en trusts.

Bij de de staatkundige hervormingen van10 oktober 2010 moeten de traditionele partijen – na 18 jaar aan de macht te zijn geweest – evenwel plaats maken voor een nieuwe coalitie.
Zoals Jean Mentens in april 2012 in de Volkskrant schrijft, heeft het er alle schijn van dat de partijen die nu aan de macht zijn, zich keren tegen ‘de ware koning van Curaçao’.

In mei 2011 doet Tromp aangifte van corruptie tegen premier Gerrit Schotte en de ministers George Jamaloodin (Financiën) en Nasser el Hakim (Economische Ontwikkeling). Schotte op zijn beurt trekt de integriteit van Tromp in twijfel. Daarop besluit de Rijksministerraad tot een onafhankelijk onderzoek door een gezamenlijke commissie.

Ook het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in augustus 2011 een onderzoek in naar “de oorzaken en ontwikkelingen die hebben geleid tot een situatie waarin de integriteit van publieke functionarissen en het functioneren van belangrijke overheidsinstituties in Curaçao in opspraak is gebracht” (Commissie Rosenmöller). Op 30 september brengt de commissie haar rapport uit.

In 2012 verliest Tromp het vertrouwen van vijf van de zeven leden van de Raad van Comissarissen.

Tegen Tromp werden beschuldigingen geuit over een lening van USD 150 miljoen (zonder overleg met de RvC) aan het havenbedrijf van St. Maarten, onvoldoende toezicht op de First Curaçao International Bank (FCIB) van John Deuss en een storting van 300.000 euro op zijn pensioen-rekening uit een lening (van 1,2 miljoen euro via de Banco di Caribe) aan de kledingzaak van zijn vriendin. De bestuurder daarvan bleek bovendien een naaste medewerker van Tromp te zijn.

 

bron: de Volkskrant (Jean Mentens, Gerard Reijn), versgeperst.com


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *