British Aerospace Systems

Dit grootste defensiebedrijf van Europa uit Groot Brittannië maakte in 2007 bekend dat het Amerikaanse Ministerie van Justitie (DOJ) een onderzoek was begonnen naar mogelijke schendingen van anti-corruptie wetten in de VS. BAeS had naar verluidt samengespannen om de overheid valselijk te informeren over compliance maatregelen inzake de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) en toepasselijke onderdelen van de OESO conventie, over het niet naleven van deze maatregelen en over de benodigde verklaringen welke vereist zijn bij wapenexport.

In onderling overleg bekende BAeS in maart 2010 schuld in een strafzaak en kreeg een boete van 400 miljoen dollar alsmede 3 jaar ‘voorwaardelijk’. Dit laatste hield in dit geval in dat BAeS gedurende 3 jaar een onafhankelijke functionaris aanstelt, die wel een effectief pakket van maatregelen implementeert. Met deze route voorkwam het bedrijf uitgesloten te worden van nieuwe defensiecontracten in Europa of de VS. Ook in Groot-Brittannië werd BAeS om die reden niet aangeklaagd voor omkoping of corruptie. In haar thuisland trof het bedrijf een schikking met het Serious Fraud Office (SFO) tot het betalen van 30 miljoen pond. 725.000 pond als boete, de rest voor het volk van Tanzania, waar diverse officials geld van BAeS hadden aangenomen.

In mei 2011 trof het Ministerie van Buitenlandse zaken in de VS in een civielrechtelijke zaak nog een schikking met BAeS. Deze keer voor 79 miljoen dollar vanwege schending van wapenexport regels, waarbij mantelbedrijven op de Britse Maagdeneilanden werden gebruikt voor betalingen aan agenten en adviseurs. Geschat wordt dat BAeS aan deze deals meer dan 200 miljoen dollar verdiende.

Zaken waarvoor BAeS bestraft werd zoals hierboven beschreven betroffen onder andere de verkoop van straaljagers aan Tsjechië en Hongarije en van luchtverkeersleiding radarapparatuur aan Tanzania begin deze eeuw.

Gripen straaljagers voor Tsjechië en Hongarije

Tsjechië zowel als Hongarije besloten door BAeS geleverde Gripen gevechtsvliegtuigen te leasen van de Zweedse regering. Aanvragen van de Zweedse regering voor wapenexportvergunningen voor Amerikaanse onderdelen werden toegewezen. Later onderzoek wees uit dat BAeS ruim 19 miljoen dollar betaalde aan drie agenten, waaronder graaf Alfons Mensdorff-Pouilly (1953), een Oostenrijkse aristocraat die heimelijk voor BAeS werkte. Hij kocht er naar alle waarschijnlijkheid hoge ambtenaren mee om. Achteraf gezien hadden de Amerikaanse exportvergunningen niet verstrekt kunnen worden.

Radarapparatuur voor Tanzania

De gewraakte order voor radarapparatuur had een waarde van zo’n 28 miljoen pond. De SFO onderzocht betalingen tot een bedrag van 12,4 miljoen dollar, welke werden gedaan aan offshore bedrijven van de aangetrokken verkoopadviseur, een lokale zakenman. BAeS gebruikte voor dit doel Red Diamond Trading Company op de Britse Maagdeneilanden. Shailesh Vithlani maakte gebruik van het Panamese Envers Trading Corporation en het eveneens op de Britse Maagdeneilanden geregistreerde Merlin International.

Gevechtsvliegtuigen voor Saoedi Arabië

Daarvoor speelden al de leveringen van gevechtsvliegtuigen door Groot-Brittannië aan Saoedi Arabië sinds het midden van de jaren ’80. Goed voor een omzet van naar schatting 43 miljard pond over de jaren. BAeS werd ervan verdacht meer dan 1 miljard pond aan smeergeld te hebben betaald aan prins Bandar bin Sultan bin Abdul Aziz al-Saud in Saoedi Arabië, op een rekening van hem bij de Riggs bank in Washington, waar de prins 20 jaar ambassadeur is geweest. Ook werden forse bedragen overgemaakt naar een Zwitserse bankrekening van een verkoopadviseur. Een deel van die meer dan 20 miljoen dollar is ongetwijfeld doorgeschoven naar ambtenaren met een stem in de besluitvorming over de miljardenorders.

In december 2006 staakte de SFO plotseling haar onderzoek, nadat Saoedi Arabië dreigde alle samenwerking te beëindigen inzake veiligheid en informatie-uitwisseling. Uiteindelijk stelde de procureur-generaal de regering en de SFO in het gelijk in deze situatie, waarin het leven van Britse burgers op het spel stond. Dit tot groot ongenoegen van anti-corruptie groeperingen en de OESO, die in 2007 een eigen onderzoek startte.

bron: Houston Chronicle, FCPA Anti-Bribary Alert Summer 2012, StAR Database, the Guardian


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *