Greenwood, Paul

Paul Greenwood

Paul Greenwood (1948) en Stephen Walsh (1944) werden er in februari 2009 van beschuldigd meer dan 500 miljoen dollar verduisterd te hebben van investeerders, waaronder Carnegie Mellon University en de University of Pittsburgh.

Na haar onderzoek stelde de Commodity Futures Trading Commission dat Walsh en Greenwood vanaf 1996 zo’n 1,3 miljard dollar ophaalden bij particulieren en instellingen met onder andere hun bedrijven Westridge Capital Management en WG Trading Investors, LP.

Ze bedrogen de deelnemers door hun inleg niet te beleggen, maar over te hevelen naar een van hun andere bedrijven en daaruit op te nemen. Het onderzoek van de CFTC volgde op aangiftes van Carnegie Mellon en de University of Pittsburgh. De twee universiteiten probeerden hun investering van 100 miljoen dollar terug te eisen, enigszins ongerust geworden door het slechte beursklimaat en de aanhouding van Bernard Madoff. Het pensioenfonds van de staat Iowa trachtte er achter te komen wat er geworden was van de door hen geïnvesteerde 300 miljoen dollar.

Meer dan 160 miljoen dollar zouden Greenwood en Walsh voor persoonlijke uitgaven hebben gebruikt, zoals zeldzame boeken, luxe huizen, een huis van 3 miljoen dollar voor de ex-vrouw van Walsh, waarvan hij in 2007 scheidde en voor Greenwood een stoeterij die hij kocht van Paul Newman en Joanne Woodward en voor 80.000 dollar aan Steiff teddyberen.

Greenwood bekende schuld in juli 2010. Zijn veroordeling volgt na afhandeling van het proces. Hij kan 85 jaar krijgen. De rechtszaak tegen Walsh werd in juni 2012 uitgesteld tot september.

zie ook: case study WG Trading

 

bron: Huffington Post, The New York Times, US Commodity Futures Trading Commission


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *