Bankia

Deze grote Spaanse bank ontstond in 2010 uit de samenvoeging van Caja Madrid met zes kleinere spaarbanken, bedoeld om problemen als gevolg van wanbeleid en de vastgoedcrisis het hoofd te bieden. In juli 2011 ging Bankia naar de beurs, om nog geen jaar later in te storten. In mei 2012 werd Bankia genationaliseerd, waarbij ruim 22 miljard euro nodig was om de bouwval te stutten. Het aandeel stortte met 75% in, wat vooral kleine beleggers zwaar trof. Die waren bij de beursgang massaal ingestapt in dit ‘volksaandeel’. Begin 2016 zou het Spaanse hooggerechtshof in hun voordeel beslissen: zij krijgen honderden miljoenen terug, zij het wel voor de helft uit de algemene middelen. Bankia was nog steeds voor meer dan de helft in staatshanden.

Het duurde destijds niet lang eer de Spaanse justitie een onderzoek aankondigde naar mogelijke onregelmatigheden bij de beursgang van Bankia. Uit e-mails van topman Miguel Blesa zou blijken dat het om een bewuste strategie ging om veelal bejaarde spaarders te misleiden en hun spaargeld binnen te halen.

Bankia president Rodrigo Rato

Rodrigo Rato

Van de vier klachten, die door maatschappelijke belangengroepen werden ingediend tegen de bank en diens leidinggevenden, werd die van de centrumpartij UPyD door de hoogste gerechtelijke autoriteit aanvaard. De voornaamste beschuldigingen tegen Bankia, moederbedrijf BFA, Rodrigo Rato en 32 andere verantwoordelijken betroffen fraude, verduistering, vervalsing van jaarrekeningen en koersmanipulatie.

Rato was Spaans minister van Economie van 1996 tot 2004, en daarna directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds. Hij nam ontslag bij Bankia op 7 mei 2012, enkele dagen voor de historische reddingsoperatie.

‘Licensed to spend’

Twee maanden voordat in december 2014 een ontluisterend rapport over de ondergang van Bankia werd gepresenteerd, kwam uit een intern boekenonderzoek een flankerend schandaal aan het licht. Tussen 2003 en 2012 bleken 86 directieleden en commissarissen van Caja Madrid en later Bankia  gebruik te hebben gemaakt van ongelimiteerde VIP-creditcards, waaronder ook de voormalige Bankia-topman Rodrigo Rato. Op kosten van hun bank bleken zij 15,5 miljoen euro uitgegeven te hebben aan overnachtingen in hotels, etentjes in restaurants, reizen en aankopen in warenhuizen.

De zwarte creditcards circuleerden buiten het normale betalingscircuit van de bank en werden jaarlijks gedebiteerd voor bedragen tussen de 20.000 en 40.000 euro. Vier directieleden en commissarissen hadden daar niet genoeg aan en lieten de bank opdraaien voor gemiddeld 55.000 euro per jaar, bovenop hun reguliere salaris. Onder hen Miguel Blesa, bestuursvoorzitter van Caja Madrid van 1996 tot 2009.

In het Spaanse financiële systeem waren bij alle spaarbanken politieke partijen, vakbonden en werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in het bestuur. Zo ook in de raad van commissarissen van Caja Madrid. Zo behoorden 28 verdachten tot de conservatieve Volkspartij (PP) van premier Rajoy, 15 tot de sociaaldemocratische PSOE en 5 tot de linkse coalitie IU. Ook de Madrileense vakbonden (10 verdachten) en de werkgevers (5) zijn betrokken bij het schandaal. Weinigen konden de verleiding van deze zwarte goldcard weerstaan.

Onderzoek centrale bank

Als onderdeel van het strafrechtelijk onderzoek presenteerde de centrale bank van Spanje begin december 2014 de resultaten van haar onderzoek naar de cijfers van de bank rond de beursgang. En wat de man in de straat al vermoedde werd bewaarheid: van de cijfers deugde weinig. Slecht nieuws voor Rodrigo Rato, maar ook voor de toezichthouders en accountantskantoor Deloitte, die de fouten in het prospectus opgemerkt had moeten hebben.

Protesterende Bankia aandeelhouders

Protesterende Bankia aandeelhouders

Het (gebruikelijke) oppoetsen van de balans en de boeken bedroeg zo’n 3 miljard volgens de onderzoekers, waardoor er geen getrouw beeld van de werkelijkheid werd gegeven. De deelnemingen van de bank bleken aanzienlijk minder solvabel, de vastgoedportefeuille was zwaar overgewaardeerd, de kredietrisico’s onderschat en de rekeningen bij een dochterbank klopten niet. Grote investeerders verloren miljarden bij de aankoop van de aandelen in de bank, net als de bijna 350 duizend particuliere aandeelhouders die er hun spaargeld in belegden. Zij kochten de aandelen voor 3,75 euro. Na de reddingsoperatie stelde de Frob, het Spaanse herstructureringsfonds voor de bankensector, de koers op 1 eurocent.

bron: hln.be (Steffi Ophalvens), Volkskrant (Steven Adolf), In Spanje, Wikipedia


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *