Parmalat

parmalatHet Italiaanse zuivelconcern Parmalat – destijds actief in 30 landen met 36.000 werknemers en een miljardenomzet – belandde in 2003 aan de rand van de afgrond toen bleek dat het concern een obligatielening van 150 miljoen euro niet kon terugbetalen, hoewel het 4,5 miljard euro aan liquide middelen zou hebben. Dit geld bleek er niet te zijn en bovendien bleken de verliezen uit de deelnemingen kolossaal te zijn. Het zo degelijk ogende Parmalat had een schuld van 14,3 miljard euro; acht keer meer dan in de boeken stond. Er was gesjoemeld met de jaarrekeningen en documenten voor leningen bleken vervalst. De zuivelproducent had geen al te beste reputatie als het om boekhouden gaat en de vele financiële constructies, beursnoteringen en uitstaande obligatieleningen vormden een web waar analisten nauwelijks wijs uit werden.

Het was Calisto Tanzi (1939) die Parmalat vanaf 1961 uitbouwde tot een zuivelconcern met wereldwijde vertakkingen. Net als Parmaham en Parmezaanse kaas werd ook Parmalat een begrip in Italië en ver daarbuiten. Het bedrijf groeide vooral hard toen de zogeheten Tetra-verpakkingen de verkoop van lang houdbare melk mogelijk maakten.

Calisto Tanzi

Calisto Tanzi

Populair in Parma omdat hij het plaatselijke profvoetbal financierde, had de katholieke Tanzi nauwe banden met de christen-democratische elite. In een verhoor in januari 2004 noemde hij de namen van 30 linkse én rechtse politici die “min of meer legale giften” hadden ontvangen van Parmalat. De politici vormden volgens Tanzi “samen met veel bankdirecteuren zijn persoonlijke schild” en stonden borg voor overheidsgelden en een ‘gunstige’ behandeling door de banken.

Het Enron van Europa

Het schandaal bij Parmalat vertoonde gelijkenis met de Enron-affaire en ontwikkelde zich al snel tot het grootste faillissement uit de Europese geschiedenis. Het Amerikaanse energieconcern pompte eveneens omzet- en winstcijfers voor miljarden dollars kunstmatig op in de boeken. Toen dat in 2001 werd ontdekt, was het bedrijf heel snel failliet, werden beleggers voor miljarden dollars gedupeerd en raakten tienduizenden mensen werkloos.

Net als bij het Enron-schandaal bleken accountants geen zuivere rol te hebben gespeeld bij de controle van de boekhouding van het concern. Vier van hen werden aangeklaagd, twee van Grant Thornton en twee van Deloitte & Touche. Bij Grant Thornton ging het om de directeur van de Italiaanse tak, Lorenzo Penca, en om Maurizio Bianchi, die vooral verantwoordelijk was voor de goedkeuringen van de jaarrekeningen van Parmalat. Beiden spraken de aantijgingen tegen dat ze hulp hadden geboden aan het fraudeweb van het concern. Grant Thornton International zou kort daarop afscheid nemen van haar Italiaanse tak.

De koers van de obligaties en aandelen Parmalat klapte in elkaar en een faillissement zou de banen van 4.000 Italianen direct in gevaar brengen. Nog eens 5.000 boeren waren afhankelijk van melkleveranties aan het concern. Premier Silvio Berlusconi moest ingrijpen om een volledige implosie van het bedrijf te voorkomen en zo de productie-capaciteit en de werkgelegenheid te redden. Minstens zo belangrijk noemde hij het herstel van het vertrouwen van beleggers en de geloofwaardigheid van het land.

In dit bijzondere geval werd binnen één dag (!) een nooddecreet uitgevaardigd voor de redding van grote concerns met financiële problemen. Het decreet gold alleen voor ondernemingen met ten minste 1.000 werknemers en een schuldenlast van minstens 1 miljard euro. Zij konden blijven doordraaien en ondertussen een reorganisatie doorvoeren onder streng toezicht van de overheid. Bij Parmalat verving crisismanager Enrico Bondi Parmalat-oprichter Calisto Tanzi als bestuursvoorzitter van het concern.

Bondi haalde bij banken en accountantsbedrijven ruim 1,3 miljard terug, maar kon niet voorkomen dat zo’n 100.000 (kleine) investeerders hun geld kwijt raakten. Ook ontsloeg Parmalat ruim de helft van de werknemers, waarna er wereldwijd 15.000 over bleven. In 2005 keerde het bedrijf terug naar de beurs.

Het Parmalat proces

29 voormalige bestuurders, werknemers, accountants, bankiers en een advocaat van Parmalat werden in mei 2004 aangeklaagd op verdenking van koersmanipulatie, het verspreiden van valse informatie en van medeplichtigheid bij de teloorgang van het Italiaanse zuivelconcern.

Een jaar later sprak rechter Cesare Tacconi in Milaan de eerste veroordelingen uit. Elf verdachten, onder wie drie voormalige financiële directeuren, kregen op grond van bekentenissen gevangenisstraffen van 10 maanden tot 2,5 jaar opgelegd. Onder degenen die schuld bekenden was Stefano Tanzi, zoon van Calisto Tanzi. De rechter besliste dat die laatste en vijftien anderen, onder wie medewerkers van de Italiaanse afdeling van de Bank of America en het accountantsconcern Deloitte & Touche, voor hun aandeel in het schandaal terecht zouden moeten staan.

In juni 2007 klaagde rechter Tacconi vier buitenlandse banken aan in verband met het faillissement van het zuivelconcern. Behalve Citigroup, UBS, Deutsche Bank en Morgan Stanley werden ook dertien medewerkers van de vier banken door Tacconi aangeklaagd wegens nalatigheid.

In mei 2008 startte het proces tegen de hoofdrolspelers uit het schandaal met een dossier van ruim tien miljoen pagina’s. Het Openbaar Ministerie wilde bijna 250 getuigen oproepen, terwijl de getuigenlijst van de advocaten van hoofdverdachte Tanzi 33.550 namen telde.

 

Fausto Tonna

Fausto Tonna

In het centrum van alle pogingen van Parmalat om de verliezen te verdoezelen bevond zich volgens de Italiaanse justitie de als accountant opgeleide Fausto Tonna (1952), sinds eind jaren tachtig actief als directeur.  Zelf zei hij alleen de opdrachten van Tanzi te hebben opgevolgd. Toen de malversaties in de boekhouding naar buiten kwamen, werd zijn positie onhoudbaar en trad hij op 10 december 2003 af als bestuurslid. Zijn vrouw Donatella Alinovi zat even vast omdat in haar bankkluizen geld was gevonden van Parmalat-rekeningen.

Begin maart 2014 veroordeelde de Italiaanse Hoge Raad Calisto Tanzi tot 17 jaar en 5 maanden cel voor faillissementsfraude en criminele samenzwering, 7 maanden minder dan de 18 jaar die hij in 2010 opgelegd had gekregen van het gerechtshof. De straffen tegen een tiental andere Parmalat-kopstukken werden bevestigd.

bron: Wikipedia, Volkskrant (Michaël Zeeman), Nova, Reuters, Digibron


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *