Jho Low
Low Thak Jho

De Maleisische zakenman Jho Low, voluit Low Thak Jho, wordt in 2008 multimiljonair met het opzetten van een staatsinvesteringsfonds en zal in de vijf jaar daarop nog 100 keer zo rijk worden. Hij pleegt tussen 2009 en 2013 een diefstal nieuwe stijl op het internationale toneel van investeringsfondsen, gerenommeerde banken en staatshoofden. Jho Low is dan 28 jaar oud (jong) en de financiële crisis nog in volle gang. Alleen, het geld is niet van hem, maar verduisterd uit het staatsinvesteringsfonds 1MDB, dat door Goldman Sachs miljarden aan leningen liet uitschrijven. Najib Razak, destijds premier van Maleisië, gebruikte het geld om in het zadel te blijven. Jho Low (1981) gaf honderden miljoenen uit aan vastgoed in New York, Las Vegas en Londen, feesten en partijen met grote sterren uit de film- en muziekbusiness, een vliegtuig, kunst, juwelen en diamanten, een superjacht en een filmmaatschappij. Vanaf eind 2014 komt er steeds meer naar buiten over deze zwendel en in juli 2016 maakte de VS bekend voor 1 miljard dollar beslag te leggen in deze grootste fraude ooit. Pas als Razak begin 2018 de verkiezingen verliest, lijkt het doek te vallen voor beide heren en hun uitgebreide entourage. Toekomstige generaties in Maleisië achterlatend met een schuld van tussen de 8 en 12 miljard dollar.

Low vult zijn Rolodex

Low keerde in 2005 terug naar Kuala Lumpur na een opleiding in Engeland en Amerika. Als zoon van een gegoede zakenman uit Georgetown op het eiland Penang voor de westkust van Maleisië, heeft hij daar kennisgemaakt met de rijkdom uit het Midden-Oosten en Azië. In 1998 ging hij naar Londen voor de laatste twee jaar kostschool (Harrow), waar in die tijd ook Riza Aziz, de stiefzoon van Najib Razak, dan minister van Defensie, op school zit. Een contact dat hem later geen windeieren zal leggen, integendeel. Ook ontmoette hij er diverse steenrijke jongelui uit het Midden-Oosten, die ’s vrijdags in een Rolls Royce met chauffeur werden opgehaald. Dat Razak een duur huis in Londen bezat, was tekenend voor het corrupte systeem in Maleisië, sterk gelijkend op dat in omringende landen als Indonesië en de Filipijnen. Ook was het tekenend voor het gemak waarmee in Londen vastgoed kon en kan worden gekocht door brievenbusfirma’s en stromannen, ‘no questions asked‘.

De volgende stop was de Wharton Business School aan de universiteit van Pennsylvania in de VS. Daar bouwde hij van 2000 tot begin 2005 verder aan zijn netwerk; kennissen waren voor Low belangrijker dan kennis. In 2003 bezocht hij Abu Dhabi, waar een studiegenoot hem in contact bracht met Yousef Al Otaiba (1973), een belangrijke adviseur van de sjeiks in de Verenigde Arabische Emiraten, die in 2008 ambassadeur in de VS werd. Otaiba op zijn beurt kende Khaldoon Khalifa Al Mubarak, baas van het in 2002 opgerichte staatsinvesteringsagentschap Mubadala. Low had al wel door dat dit de echte goudpotten zijn; sovereign wealth funds (zoals in Kuwait, Noorwegen, Saoedi-Arabië, e.d.), die investeren met de miljarden aan winst uit olie.

Jho Low verzilvert zijn connecties met het Midden-Oosten

Terug in Maleisië nam Low met zijn op de Britse Maagdeneilanden opgerichte Wynton Group zijn intrek in de peperdure Petronas Towers, waar hij ook onderdak bood aan Nizam Razak, een broer van de minister van Defensie. Na wat minder succesvolle projecten gaat hij zich in 2007 bemoeien met de Iskander Development Regio van het staatsinvesteringsagentschap Khazanah Nasional in de zuidelijke deelstaat Johor, net boven Singapore. Via Otaiba regelde hij een werkbezoek voor Khazanah aan Abu Dhabi met het fonds Mubadala als voorbeeld.

Als de bank Kuwait Finance House en Mubadala in augustus 2007 voor een half miljard dollar in het project stappen, is het Rosmah die Jho op een feestelijke bijeenkomst bedankt voor zijn bemiddeling. Het straalt ook af op Najib als daadkrachtig politicus. Inmiddels heeft Jho voor Najib en Rosmah ook al een brievenbusfirma opgezet in een belastingparadijs, waarlangs ze de studiekosten van hun dochter Nooryana in de VS kunnen betalen.

Zelf hield Low niets over aan de Iskander deal over, waarna hij in 2008 besluit er zelf grond te kopen en twee bouwbedrijven, die geld kunnen verdienen bij de realisatie van het project. Via Wynton koopt hij grond aan en voor de koop van de bouwbedrijven richt hij buitengaatse schijnfirma’s op. Abu Dhabi-Kuwait-Malaysia Investment Company, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden en twee brievenbusfirma’s op de Seychellen, met namen die veel lijken op bekende grote investeringsfondsen, een kenmerkende handelswijze van Low, die hij vaker zal gebruiken:

  • ADIA Investment Corporation (niet te verwarren met de Abu Dhabi Investment Authority (AIDA) en
  • KIA Investment Corporation (niet te verwarren met de Kuwait Investment Authority (KIA).

Deze bedrijven verkochten de grond en de bouwbedrijven aan UBG voor een flinke winst; 100 miljoen dollar en een pakket aandelen in UBG. Jho was in één klap multimiljonair en schoof 10 miljoen door naar Otaiba en diens zakenpartner Awartani voor de bemiddeling. UBG was de holding van de ‘chief minister’ van Sarawak op Borneo en één van de rijkste Maleisiërs. Met name verdiend met houtkap in het regenwoud en palmolieplantages. Het waren dergelijke activiteiten in deze regio waar de journaliste Clare Rewcastle Brown zich op focuste. Met haar onderzoek zette ze later de bijl aan de wortel van dit schandaal.

Aan het roer van miljarden

Jho Low wilde net als Al Mubarak zelf aan het roer staan van een staatsinvesteringsagentschap met miljarden in kas. Daartoe liet hij zijn oog vallen op Mizan Zainal Abidin, sultan van Terengganu en in 2009 koning van Maleisië. Om de beurt is elk van de negen sultans koning. Hij weet deze ervan te overtuigen de Terengganu Investment Authority op te zetten en Goldman Sachs in de arm te nemen om het op te zetten en te begeleiden. Jho kent er een bankier, Roger Ng. Een afspraak met de ambitieuze Tim Leissner, dan al 10 jaar actief in de regio en sinds 2006 partner bij Goldman Sachs, is dan eenvoudig gearrangeerd. In februari 2009 gaat TIA van start om een paar maanden later een obligatielening van 1,4 miljard dollar in de markt te zetten. Als de sultan zich op het laatste moment bedenkt, ziet het er slecht uit voor Jho. Gelukkig werd Najib Razak in april van dat jaar gekozen tot premier. Hij doopte het fonds later dat jaar om in 1Malaysia Development Berhad (1MDB). Met ‘1Malaysia’ wil Najib de vreedzame coëxistentie benadrukken van de verschillende etnische groeperingen in het land: Maleisiërs, Chinezen en Indiërs.

Hoewel Jho Low geen formele rol had bij 1MDB, gaf Najib Razak hem de vrije hand. Zo kan het dat het fonds in zee gaat met PetroSaudi International, een bedrijf dat mede is opgericht door de Saoedische ‘prins’ Turki Bin Abdullah Al Saud. Gevoelig voor dergelijke koninklijke relaties heeft Low in de zomer een ontmoeting met hem gearrangeerd voor Najib en Rosmah tijdens een door Low geregeld verblijf aan de Riviera aan boord van de RM Elegant. Prins Turki heeft voor de gelegenheid de 90 meter lange Alfa Nero gehuurd (à 500.000 dollar per week).

1MDB en PSI vormen een joint venture waarin PSI de exploitatierechten van olievelden in Argentinië en Turkmenistan inbrengt en 1MDB 1 miljard dollar. Een maand nadat Tarek Obaid, CEO van PSI, het voorstel had ingediend bij 1MDB, keurde het bestuur het goed. De centrale bank Bank Negara Malaysia kwam er aan te pas om Deutsche Bank te bewegen om zo’n groot bedrag over te maken. De bank vond het vreemd dat 700 miljoen dollar niet naar de joint venture werd overgemaakt, maar naar Good Star, een dochterbedrijf van PSI. Dit zou verband houden met een lening die eerder aan PSI was verstrekt. Zo kwam het geld terecht op een rekening bij Coutts in Zürich van Good Star, een brievenbusfirma, die Low op de Seychellen had opgericht. De overige 300 miljoen werd overgemaakt naar een rekening van de joint venture bij JPMorgan in Zwitserland.

Aangezien er helemaal geen sprake was geweest van een lening door PSI en Low aan de touwtjes trok bij 1MDB en samenspande met PSI, kon hij nu beschikken over honderden miljoenen. In oktober 2009 stuurde hij een kleine 150 miljoen dollar door naar Obaid van PSI, die het deelde met prins Turki en investeringsdirecteur Patrick Mahony.

:: advertentie ::


Reacties

Low, Jho — Geen reacties

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.