Low, Jho

Jho Low nestelt zich in de jetset

Om zijn geld in de VS uit te kunnen geven, rammelde Jho Low bij topadvocatenkantoor Shearman & Sterling met namen als 1MDB, Mubadala en Coutts, om gebruik te kunnen maken van anonieme IOLTA-rekeningen (Interest On Lawyer Trust Accounts). Daarop zette hij in 2009 en 2010 meer dan 350 miljoen dollar. In die periode gaf hij ruim 85 miljoen uit aan feesten, kocht vastgoed in New York en Las Vegas en woonde in New York voor 100.000 dollar per maand in Park Imperial. Als ‘big spender‘ bleef hij natuurlijk niet onopgemerkt voor de New York Post, iets waarvan zijn kornuiten bij PSI minder gecharmeerd waren.

Hij raakte bekend met nachtclubeigenaren Noah Tepper en Jason Strauss van de Strategic Hospitality Group, die hem ook hielpen om een groot feest te maken van z’n achtentwintigste verjaardag. Die winter gaat hij met een groep vrienden skiën in Whistler, waarbij ook Paris Hilton meegaat, evenals Riza Aziz. Die laatste smeedt plannen met Joey McFarland, min of meer de agent van Paris Hilton, om in de filmindustrie actief te worden. Als Paris Hilton begin 2010 negentwintig wordt, krijgt ze van Jho een peperduur horloge van Cartier cadeau en 250.000 euro aan fiches in het casino. Voor zichzelf heeft kilometervreter Low dan inmiddels een Bombardier Global 5000 privéjet gekocht voor 35 miljoen.

In april organiseerde hij in het Regis Hotel in New York een feest met veel Hollywoodsterren voor Najib, die en marge van een wereldtop over nucleaire veiligheid in Washington met Obama had gesproken. Rosmah kreeg een onderscheiding voor haar inzet ter bevordering van onderwijs. Die inzet geschiedde met publiek geld, waarbij iedereen zich afvroeg waarom het ministerie van Onderwijs dit niet gewoon kon doen. In juli zat Low met z’n gevolg in Zuid-Afrika voor het WK voetbal, die zelfde maand gevolgd door een bezoek aan Fleet Week in St. Tropez, waar hij met Hilton verbleef aan boord van de Tatoosh van Paul Allen (de inmiddels overleden mede-oprichter van Microsoft) en miljoenen neertelde voor de grootste en duurste flessen champagne.

Nadat Riza Aziz en Joey McFarland in september 2010 Red Granite Pictures zijn begonnen in hetzelfde gebouw waar ook het productiebedrijf Appian Way van Leonardo DiCaprio is gevestigd, is het in mei 2011 tijd voor de lancering van de plannen voor de film ‘The Wolf of Wall Street‘ op het filmfestival in Cannes. Zowel Red Granite als Jho Low hebben een superjacht op de rede liggen en een keur aan artiesten is van de partij: Kanye West, Jamie Foxx, Pharrell Williams, Leonardo DiCaprio, Kate Upton en Paris Hilton om er een paar te noemen. Dat zo’n onbekende productiemaatschappij zo vlak na de crisis een film met een budget van meer dan 100 miljoen kan lanceren, verbaast menigeen, maar iedereen loopt achter de muziek aan. Alleen Jordan Belfort, op wie het verhaal is gebaseerd en die ook aanwezig is, vertrouwt het niet en gaat op volgende uitnodigingen niet in.

Met ook nog aspiraties in de muziekindustrie en om de gaten bij 1MDB op termijn weer te dichten, heeft Low nieuw geld nodig. Een overname van een hotelgroep in Londen gaat niet door, maar brengt hem wel in contact met Khadem Al Qubaisi van de International Petroleum Investment Company (IPIC) uit Abu Dhabi en zijn rechterhand Mohamed Badawy Al Husseiny van investeringsfonds Aabar, onderdeel van IPIC. Dit staatsinvesteringsagentschap werd in 1984 opgericht en beheert zo’n 70 miljard dollar, waarvan inmiddels een fors deel geleend geld. Bankiers van Wall Street werken graag voor deze partij. Samen met Qatar behoedde IPIC in 2008 dat Barclays bank omviel en kocht het minderheidsbelangen in Daimler-Benz, UniCredit en Virgin Galactic.

Low weet Husseiny te interesseren voor enkele deals. Niet in de laatste plaats is Husseiny gebiologeerd door de feesten van Low met zoveel beroemdheden en altijd busladingen Playmates. Ook Khadem Al Qubaisi lijkt twee verschijningsvormen te kennen. Thuis in de Verenigde Arabische Emiraten een moslim, in Frankrijk een westerling met in Parijs een Marokkaanse vrouw en bij zijn huis aan de Côte d’Azur een verzameling Bugatti’s en Ferrari’s voor de deur.

Jho Low stelt z’n verhaal bij, neemt andere bank

Inmiddels wordt het overmaken van de tientallen en soms honderden miljoenen voor Low steeds lastiger. Waren de Bank Secrecy Act uit 1970, regels tegen witwassen uit 1986 en de Patriot Act uit 2001 tot aan de financiële crisis papieren tijgers, vanaf 2010 stelden compliance afdelingen van grote banken steeds meer vragen. Jho besluit te gaan bankieren bij BSI in Singapore en als oorsprong van zijn rijkdom niet langer naar rijke vrienden uit Azië en het Midden-Oosten te wijzen, maar zijn grootvader te noemen.

BSI was een kleine bank met haar hoofdkantoor in Lugano, die na het verwateren van het Zwitserse bankgeheim in 2005 haar deuren opende in Singapore, wel bekend als het ‘Zwitserland van het Oosten’. In 2009 stapte een groep van zo’n 100 medewerkers onder leiding van Hanspeter Brunner in Singapore over van Coutts naar BSI onder medeneming van klanten, waaronder Jho Low (en zijn vader) en diens accountmanager Yak Yew Chee. Ook 1MDB bankiert er voortaan. Brunner en Yak verdienen goed aan deze nieuwe klanten en stellen nauwelijks vragen. Langs de volgende route stuurde Low grote bedragen naar de VS:

  • het geld vertrekt vanaf een rekening van Good Star bij Coutts in Zwitserland
  • naar een rekening van Low bij BSI in Singapore en dan
  • naar een rekening van zijn vader, ook bij BSI in Singapore en dan dezelfde dag
  • naar een rekening van Low bij Rothschild in Zwitserland, waarna het
  • de oceaan oversteekt naar een IOLTA-rekening van Low bij Shearman

Ook werkzaam bij BSI was Yeo Jiawei, een witwasspecialist. Die schakelde Amicorp in dat onder andere het beheer uitvoerde voor beleggingsfondsen op Curaçao. In opdracht van 1MDB – aangestuurd door Low – maakte BSI geld over naar een speciaal opgericht fonds met de naam Enterprise Emerging Market Fund, dat het geld overmaakte naar een brievenbusfirma op naam van Eric Tan, een maatje van Low die hij al heel lang kende uit het uitgaansleven in Kuala Lumpur en die wel vaker als stroman voor ‘m optrad. Deze methode liet nog minder sporen na en na een jaar stond de teller op 1,5 miljard dollar. De Maleisische bevolking had nog weinig plezier van 1MDB.

Goldman Sachs verlegt focus naar ‘emerging markets’

Met de crisis nog in de benen richtte Goldman Sachs z’n blik meer en meer op opkomende economieën, zoals in Azië. Onder ‘het motto’ monetizing the state zagen Lloyd Blankfein en Gary Cohn kansen voor hun bank bij sovereign wealth funds. Tim Leissner heeft op dit vlak al veel ervaring in de regio, maar die ziet Andrea Vella naar Hong Kong gestuurd en zijn baas worden.

In maart 2012 legt Low voor 1MDB en Goldman Sachs contact met de voorzitter van IPIC, sjeik Mansour Bin Zayed, één van de rijkste mensen ter wereld, met een geschat vermogen van 40 miljard dollar. 1MDB was van plan voor 3,5 miljard dollar energiecentrales te kopen en die later als één bedrijf naar de beurs te brengen voor 5 miljard. Goldman Sachs zou investeerders zoeken, maar omdat het relatief onbekende fonds uit Maleisië geen rating heeft, wordt IPIC gevraagd garant te staan. Binnen en buiten Goldman trokken mensen hun wenkbrauwen op; waarom staat de Maleisische staat niet garant? Is de onduidelijke rol van Jho Low geen groot risico vanuit de FCPA? Maar Cohn steunde het plan en nog belangrijker, sjeik Mansur gaf het zijn zegen.

In mei en oktober van dat jaar haalde Goldman twee tranches van 1,75 miljard dollar binnen voor 1MDB voor de aankoop van de kolencentrales van Tanjong Energy Holdings en van de Genting Group. De verdiensten voor Goldman Sachs bedroegen 190 en 114 miljoen dollar, de bonussen dat jaar zijn prima. Low sluisde deze keer met Al Qubaisi en Al Husseiny 1,4 miljard dollar weg. Daarvoor hebben zijn kompanen snel Aabar Investments Ltd. – een look alike van het echte Aabar Investments PJS – opgericht op de Britse Maagdeneilanden. Het bedrijf heeft een bankrekening bij Falcon Private Bank, een voormalig onderdeel van het failliete AIG en nu met een nieuwe naam onderdeel van Aabar. Al Qubaisi gebruikte ruim 160 miljoen voor betalingen aan de Duitse werf die voor een slordige 500 miljoen dollar de Topaz bouwde voor sjeik Mansour. Low gebruikte 100 miljoen om een belang in EMI Music Publishing te verkrijgen.

Pagina’s: 1 2 3 4



Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *