Milde straffen voor boekhoudkundige slachtpartij

In de failissementszaak rond slachterij Weyl hoorden de twee oud-directeuren Frank Weyl en Harro Geerdink begin september 2012 in Almelo ieder acht maanden celstraf tegen zich eisen voor hun hoofdrol in het failissement van de voormalige megaslachterij. Creatief boekhouden hadden zij tot hun tweede natuur en een aparte kunstvorm verheven.

logo slachterij Weyl Beef Products

Justitie vond het onder meer kwalijk dat ze ondergeschikten hebben aangezet tot het maken van valse facturen. Wat volgens het OM voor hen sprak, is dat ze de fraude niet pleegden voor eigen gewin. De mannen hebben de fraude tot op heden altijd ontkend. Nu gaven ze toe dat ze fraudeerden om het bedrijf draaiende te houden voor het welzijn van de werknemers en het behoud van de werkgelegenheid.

Frank Weyl was eigenaar van de grootste gelijknamige runderslachterij van Nederland, gevestigd in Enschede, Geerdink was zijn financiële man. Er werkten 650 mensen in Nederland en 300 in Duitsland. Weyl Beef Products ging in 2010 failliet, maar eigenlijk was het technisch al failliet sinds de Mond- en klauwzeerepidemie rond de eeuwwisseling. Het bedrijf had een schuld van 177 miljoen euro en werd uiteindelijk overgenomen door de Vion Food Group.

Al met al dus zo’n 10 jaar hebben de twee onder de ogen van de KPMG-accountant hun boekhouding opgepoetst met fictieve facturen, niet bestaande debiteuren en meer van dat soort vondsten. Dat gebeurde samen met Rudi van Calster, een beruchte Noord-Vlaamse veehandelaar, en een caroussel draaiende op ongedekte cheques. In plaats van een positief saldo had het bedrijf een negatief eigen vermogen van 32 miljoen euro. Na de ontdekking van de fraude zegden de banken het krediet op.

De jaarrekeningen geven vanaf 2001 een onjuiste voorstelling. In de behandeling van het kort geding gaf KPMG aan al die jaren zelf misleid te zijn door directie en medewerkers van Weyl. Inzage in veelal vertrouwelijke accountantsdossiers ligt juridisch vaak moeilijk. Jaren later zou de accountantskamer tot een heel ander oordeel komen en KPMG-partner Edwin Slutter definitief schrappen, de hoogste straf die deze tuchtrechter kan opleggen.

foto Frank Weyl slachterij Weyl

Frank Weyl

Als gevolg van de bende die de twee mannen er van maakten, eisen ruim 550 schuldeisers –  waaronder banken, de fiscus, het UWV, herverzekeraars en leveranciers – 177 miljoen euro uit het failissement. Eerder al oordeelde de Almelose rechtbank inzake de bestuurders-aansprakelijkheid dat de heren persoonlijk 100 miljoen euro moeten terugbetalen. Belangrijke schuldeisers zijn verder Fortis Bank (35 mln), Atradius (15 mln), ABN Amro (12 mln) en de Belastingdienst (10 mln).

Bij de verdeling van de boedelopbrengst staan preferente schuldeisers zoals de fiscus en het UWV vooraan in de rij. De grootste groep schuldeisers heeft de status van concurrente crediteuren en heeft gezamenlijk ruim 100 miljoen euro te goed. Deze groep schuldeisers hoeft weinig te verwachten als de curatoren tot uitkering over gaan.

De hierboven genoemde uitspraak van de accountantskamer in december 2015 diskwalificeerde het eerdere interne onderzoek van KPMG. Dat gaf geen aanleiding tot maatregelen tegen Slutter, die evenwel in 2014 de accountantskolos verliet. De voorganger van Slutter werd nog commissaris bij slachterij Weyl en twee financieel directeuren waren eveneens ex-KPMG’ers. Met de uitspraak zagen de curatoren hun kans op een succesvolle schadeclaim sterk toenemen. KMPG liet weten mogelijk tegen de uitspraak in beroep te gaan.

bron: Quote (Martijn de Meulder), de Volkskrant

Reacties zijn gesloten.