Zwitserse oliehandelaren helpen Afrika

De Zwitserse niet-gouvernementele organisatie Public Eye publiceerde in september 2016 de resultaten van een onderzoek naar autobrandstoffen in met name West-Afrikaanse landen. Deze landen beschikken wel over veel olie, maar niet over genoeg raffinagecapaciteit om aan de eigen vraag naar brandstoffen te voldoen. En daar – zo lezen we in het rapport Dirty Diesel – reiken Zwitserse oliehandelaren de helpende hand. Zij kopen en verwerken de olie en leveren die terug als diesel en benzines, soms via eigen pompstations. Dat ze hier goed aan verdienen komt door het bijmengen van giftige stoffen, waardoor ‘African quality’ ontstaat, die op de Europese of Amerikaanse markt verboden zou zijn. Diesel van deze ‘kwaliteit’ bijvoorbeeld bevat ruim 350 maal zoveel zwavel als bij ons is toegestaan.

Zwitserse oliehandelaren

Gemiddeld overschrijdt de in Afrika verkochte diesel 200 keer de Europese norm.

De brandstof gaat onder meer naar Nigeria, Mali, Liberia, Senegal en Ghana, waar de milieunormen veel lager liggen dan in westerse landen. Volgens recent VN-onderzoek neemt de luchtvervuiling nergens ter wereld zo snel toe als in de grote steden in Afrikaanse landen. En dat terwijl ‘Nigeria Bonny Light’ één van de laagste zwavelconcentraties van alle ruwe olie heeft; ongezuiverd zit het maar net boven de Europese norm. Maar na een bezoek aan de Rijndelta gaat ze zwaar vervuild retour.

Grondstoffenhandelaren als het Nederlandse Vitol en het Nederlands-Zwitserse Trafigura spelen daarbij een belangrijke rol. In hun raffinaderijen en opslagtanks in het zogenoemde ARA-gebied (Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen) worden benzine en diesel aangelengd met goedkope en giftige componenten als zwavel en benzeen, die in Europa in minieme hoeveelheden zijn toegestaan. Maar ook onderweg op zee en op de rede van Afrikaanse havensteden wordt de receptuur van de brandstoffen nog aangepast.

Trafigura bracht over 2015 naast haar jaarverslag voor het eerst een apart MVO-rapport uit. Er is al het nodige bereikt volgens CEO Jeremy Weir, maar ook nog veel te doen. Het bedrijf wil een leidende rol spelen in verantwoord ondernemen. Trafigura en ook Vitol spreken niet tegen dat ze een slechtere kwaliteit brandstof aan Afrikaanse landen verkopen. Ze steunen ook de aanpak van de vervuiling, maar hebben geen invloed op de milieunormen in die landen.

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel noemde het een “grof schandaal” als bedrijven inderdaad willens en wetens giftige en vervuilende olie naar landen verschepen waar de wetgeving niet zo streng is. Volgens het ministerie van Milieu is dat evenwel niet strafbaar. Er wordt geen milieuwet overtreden, zolang de grondstoffenhandelaren zich houden aan de (soepele) milieunormen van de betreffende Afrikaanse landen.

bron: NOS, Trouw (Renske Heddema), Public Eye, the Guardian (Alice Ross), UNEP, Wikipedia


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *