Schade witteboordencriminaliteit onderbelicht in media

Wat opvalt bij berichtgeving in de media over fraude en andere vormen van witteboordencriminaliteit, is dat veelal niet ‘het slachtoffer’ maar ‘de verdachte’ centraal staat. Er is vaak niet één slachtoffer, met wiens leed het publiek zich kan identificeren. Meestal is er sprake van massaschade, waarbij zeer veel slachtoffers elk geringe schade hebben ondervonden.

Dit stelden de auteurs J.J.H. Beckers en J.G. van Erp in het artikel ‘Mediaberichtgeving over witteboordencriminaliteit: ‘There’s no such thing as bad publicity’’ in het Tijdschrift voor Toezicht van januari 2012, volgend op de veroordelingen in de vastgoedfraude eind september 2011.

Het was hen opgevallen dat het taalgebruik in de toelichting op de forse strafeis deze keer niet doortrokken was van juridisch vakjargon, maar meer weg had van ‘Jip-en-Janneke-taal’. Het Functioneel Parket wilde over de hoofden van de verdachten vooral ook de samenleving aanspreken. Met andere woorden: met behulp van het strafrecht werd een maatschappelijk probleem (de ‘graaicultuur’ in het bedrijfsleven) publiekelijk aangekaart.

Mediaframes

Met hun berichtgeving kennen de media betekenis toe aan gebeurtenissen en beïnvloeden ze de publieke opinie ten aanzien van criminaliteit en maatschappelijke schade. Verdachten kunnen daarbij over het algemeen vrijuit spreken in de media, terwijl justitie aan strikte voorwaarden is gebonden om een trial by media te voorkomen. De media reproduceren niet simpelweg justitiële uitspraken, maar selecteren, definiëren, interpreteren, kortom framen het nieuws, vervolgen Beckers en Van Erp. In hun artikel behandelen ze vervolgens drie standaardframes, die de media hanteren bij de berichtgeving over witteboordencriminaliteit:

  1. het ‘hoogmoed komt voor de val’-perspectief: de fraude wordt teruggebracht tot een verhaal over individuele hebzucht, ijdelheid en hoogmoed. Het resulteert vaak in een versimpelde weergave van vaak complexe zaken. Het herbevestigt waarden als integriteit, bescheidenheid en sociale verantwoordelijkheid, maar draagt vaak weinig bij aan het veranderen of aanscherpen van de waarden of percepties ten aanzien van de dieperliggende oorzaken van schadelijk ondernemingsgedrag.
  2. Madoff & Ruth aan boord

    Bernie & Ruth Madoff aan boord

    het ‘luxe en glamour’-perspectief: de glamoureuze kant van witteboordencriminaliteit staat hier centraal, zoals de hoge bonussen, de luxe goederen die worden uitgewisseld in gevallen van omkoping en de stijlvolle wereld van het bedrijfsleven waarin de ondernemers zich begaven voordat ze uit de gratie vielen. De media presenteren fraude daarmee volgens de Britse criminoloog Michael Levi meer als een glamourkwestie dan dat ze de maatschappelijke schade benadrukken. De affaire Madoff bood de media een prachtige gelegenheid om fraude te presenteren als spektakel: veel aandacht ging uit naar de vele beroemdheden in de kring van beleggers van Madoff en zijn luxe leefstijl.

  3. het ‘falend-toezicht’-perspectief: hierbij wordt publiekelijk de vraag opgeworpen hoe een bepaald delict heeft kunnen plaatsvinden of zolang heeft kunnen voortduren. In de berichtgeving wordt vooral stilgestaan bij het falend toezicht. Een falende handhaver kan voor de media een nieuwswaardiger ‘slachtoffer’ vormen dan een wetsovertredende onderneming. Dit perspectief werd gehanteerd in de berichtgeving over de bouwfraude, de brand bij het bedrijf Chemie-Pack in Moerdijk en de malversaties bij woningbouwcorporaties.

Schade door witteboordencriminaliteit

Bij specifieke zaken van witteboordencriminaliteit wordt dan misschien weinig aandacht besteed aan de veroorzaakte schade, binnen diverse categorieën is uiteraard wel onderzoek gedaan naar de omvang, zoals in het geval van faillissementsfraude, BTW-fraude en belastingontduiking. Daarbij gaat het niet alleen om de financieel-economische schade, die uiteindelijk als ‘maatschappelijke kosten’ door de gezamenlijke burgers/consumenten worden gedragen.

In een bijdrage op de site van de Stichting Maatschappij en Veiligheid behandelde Bob Hoogenboom in mei 2012 het verschil in aandacht voor criminaliteit op straat versus die in de boardroom, waarbij – in een reactie – ook de uit fraude voortvloeiende schade aan bod kwam. Hij schreef ondermeer:

Balanced books

“…. En terecht. Maar wat meer beschut, uit het zicht van het publieke oog, soms letterlijk in het schemerdonker van de corporate boardroom, worden beslissingen genomen door bankiers, fiscalisten, directeuren van woningbouwcorporaties, accountantskantoren, milieuafvalbedrijven, internetproviders en vastgoedbedrijven die de kwaliteit van ons bestaan aantasten. Er worden financiële producten op de markt gebracht die grenzen aan witteboordencriminaliteit (woekerpolissen), er wordt door accountants structureel aan creative accounting/fraudulent reporting gedaan (boekhoudschandalen), op veel markten worden prijsafspraken gemaakt waardoor wij te veel betalen voor goederen en diensten (zie lijst met opgelegde boetes door de EU en de NMA) en op grote schaal is de afgelopen jaren roekeloos geïnvesteerd. De gevolgen van een en ander zijn – ironisch genoeg – dat wij als burgers de rekening hiervoor dienen te betalen.”

“Besteden we te veel aandacht aan de zichtbare problemen en te weinig aan de (criminele) roekeloosheid in de beslotenheid van boardooms? Kijken we in het veiligheidsdebat te veel naar beneden, naar wat er op straat gebeurt? En te weinig naar boven, naar de kantoren waar dag in dag uit beslissingen worden genomen waarvan wij soms slachtoffer zijn? …”

Daarbij vulde Erik van der Maal in een reactie de negatieve effecten verder aan:

  • Klasse-justitie aspect: de daders van witteboordencriminaliteit worden minder vaak opgespoord, minder vaak vervolgd, minder vaak berecht, minder vaak veroordeeld en krijgen, als het al zover komt, vaak een lagere vrijheidsstraf dan bij traditionele criminaliteit het geval is.
  • Schade bij de slachtoffers: de burgers zijn allemaal slachtoffer van de witteboordencriminaliteit, en gemiddeld wel voor een hoger bedrag dan als gevolg van traditionele criminaliteit.
  • Behalve de financieel-economische schade ook fysieke schade: het aantal doden en gewonden als gevolg van allerlei vormen van witteboordencriminaliteit is (veel) groter dan van traditionele criminaliteit. Denk bijv. aan de vele mensen die vroegtijdig sterven als gevolg van het (uit winstmaximalisatie-oogmerk) door werkgevers niet nakomen van milieu- en veiligheidsvoorschriften (het asbestschandaal is slechts één van de vele voorbeelden).
  • Verstrengeling van onderwereld en bovenwereld; bijv. doordat de georganiseerde criminaliteit steeds meer greep krijgt op het zakenleven en de politiek.
  • Ondermijning van de samenleving: alhoewel de traditionele criminaliteit ontzettend vervelend is, kan een democratische samenleving hier mee omgaan. De enige vormen van criminaliteit die een samenleving echt te gronde kunnen richten zijn: terrorisme en witteboordencriminaliteit.

bron: Tijdschrift voor Toezicht, SMV

 

Reacties zijn gesloten.