SBM Offshore betaalde ruim 180 miljoen euro smeergeld

Begin februari 2014 kwam opnieuw in het nieuws dat SBM Offshore tussen 2005 en 2011 forse bedragen zou hebben besteed aan het omkopen van functionarissen in Angola, Equatoriaal Guinea, Brazilië, Maleisië, Irak, Kazachstan en Italië. Dit zou blijken uit documenten die een voormalig medewerker plaatste op de Engelstalige Wikipediapagina van SBM Offshore. Ook zouden (leden van) de Raad van Bestuur en (leden van) de Raad van Toezicht al jarenlang op de hoogte zijn van de malafide praktijken.

SBM Offshore betaalde

Volgens de Schiedamse dienstverlener aan de olie- en gasindustrie zijn de gegevens ‘op illegale wijze verkregen’ en zijn ze ‘niet representatief voor de feiten’. De ex-werknemer chanteerde SBM met publicatie van de informatie en eiste 3 miljoen euro. SBM heeft inmiddels gerechtelijke stappen genomen tegen de persoon. Door de affaire zou SBM op zwarte lijsten terecht kunnen komen, zodat het bedrijf wordt uitgesloten van projecten. Bij de publicatie van de jaarcijfers deed dit nieuws de beurskoers van het bedrijf geen goed. Eerst kelderde die bijna 20 procent, waarna het verlies terugliep tot zo’n 13 procent.

De voormalige medewerker zou tussen februari 2012 en juni 2012 nauw betrokken zijn geweest bij het interne onderzoek naar de omkoopzaken. Hij kreeg het aan de stok met Compliance Officer Sietze Hepkema, voormalig partner bij advocatenkantoor Allen & Overy, die aan ‘containment’ (indamming) van de affaires zou willen doen. Voornaamste zaak die de ex-werknemer tegen kwam, was de omkoping van Gabriel Obiang, tweede zoon van de president van de wrede dictatuur Equatoriaal Guinea. Die zou 7,35 miljoen dollar hebben ontvangen via een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden. Vier andere hooggeplaatsten in het West-Afrikaanse land kregen gezamenlijk 1,25 miljoen dollar. SBM’s voormalige CEO (2008 tot 2011) Tony Mace, zou hebben geweten van deze praktijk.

Justitie in Amerika en Nederland doen nog onderzoek naar de ‘onregelmatigheden’ bij het verkrijgen van buitenlandse opdrachten. SBM moet vooral vrezen voor Amerikaanse boetes. Bedrijven die in de VS actief zijn en in het buitenland mensen omkopen, kunnen vervolgd worden in de VS. Groot Brittannië heeft sinds enkele jaren ook dergelijke wetgeving. In Nederland is nauwelijks sprake van optreden tegen omkoping door grote bedrijven, zoals recent anti-corruptie onderzoek door de Europese Commissie opnieuw bevestigde.

Eind 2012 schikte Ballast Nedam in een soortgelijke zaak, die ook voor de accountant niet zonder gevolgen bleef. Bij SBM Offshore controleerde KPMG eveneens de boeken en bleek dezelfde Jack van Rooijen – ex-partner en voormalig president-commissaris – tussen 2006 en 2011 zijn goedkeuring te hebben verleend aan de jaarcijfers van SBM. Onduidelijk is waarom Van Rooijen juist in 2011 van SBM Offshore af werd gehaald. Hij zette geen handtekening meer onder de jaarrekening van 2011.

bron: Quotenet (Henk Willem Smits), Volkskrant (Gerard Reijn), NRC (Anne Dohmen, Teri van der Heijden), Follow The Money (Robert Kosters)

Reacties zijn gesloten.