Panama papers gaan eigenlijk over Britse Maagdeneilanden

De onthullingen begin april 2016 in tientallen toonaangevende kranten over de hele wereld over de rol van het juridische adviesbureau Mossack Fonseca bij twijfelachtige eigendoms- en belastingconstructies maakte duidelijk dat die niet alleen gebruikt worden door drugs-, mensen-, en wapenhandelaren, maar ook door politici, zakenmensen, sporters en artiesten. Mossack Fonseca vergeleek haar rol daarbij met die van een autohandelaar, die toch niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor een ramkraak of aanslag, waarbij hun auto als vluchtwagen werd gebruikt. Een wel hele bizarre vergelijking voor een bedrijf dat auto’s zonder nummerborden bepantsert en bij voorkeur verkoopt aan gewapende klanten die cash betalen.

Wel kan aangevoerd worden dat bij honderden vergelijkbare bedrijven een zucht van verlichting opsteeg, omdat niet zij het slachtoffer waren van zo’n lek of hack. Met name bij de ‘leden’ van de offshore magic circle, zoals onder andere de juridische adviesbureaus Appleby, Carey Olsen, Conyers Dill & Pearman, Mourant Ozannes en Walkers. Maar ook bij internationale banken en grote accountantskantoren zal men opgelucht adem hebben gehaald. Om zich vervolgens te beseffen dat de zorgen nog niet waren geweken, omdat hun naam mogelijk voorkwam in de onthulde documenten.

BVI-expertise Carey Olsen

BVI-expertise Carey Olsen

Ook de pakkende naam Panama Papers zette de lezers op het verkeerde been. Natuurlijk was dat het vestigingsland van het hoofdkantoor van Mossack Fonseca, maar de OESO had dat land recent nog als zeer bonafide bestempeld waar het het bestrijden van belastingontwijking betrof. Verreweg de meeste offshore bedrijven werden op verzoek van banken, accountants en belastingadviesbureaus opgericht op de Britse Maagdeneilanden.

Ook andere Britse overzeese gebieden en voormalige koloniën zijn geliefde belastingparadijzen of beter gezegd geheimhoudingsparadijzen. Want niet alleen kent men er nauwelijks belasting, het is met name de rechtspersonenwetgeving die uiterst behulpzaam is bij het verhullen van de daadwerkelijke houder van vermogen (ultimate beneficial ownership). Deze wetgeving vertoont nog een grote gelijkenis met die in het oorspronkelijke moederland, net zo als dat het geval is in andere grote angelsaksische landen als de VS en Canada. Staten als Delaware, Nevada en Wyoming prijken hoog op de Financial Secrecy Index en zijn de afgelopen jaren zelfs met stip gestegen. Maar ook de City of London doet het wat dat betreft goed.

En laat daar in mei 2016 – enkele weken voor het Brexit-referendum – nou net de Anti-Corruption Summit plaatsvinden. Wat ervaring en kennis betreft kun je bijna geen betere plek verzinnen. Premier Cameron beleefde niet zijn finest hour, toen ook de naam van het bedrijf van zijn vader bleek voor te komen in de Panama papers. In zijn vierde verklaring sinds de publicatie van de gelekte documenten erkende Cameron dat hij toch fondsen ‘offshore’ had, nadat hij dat eerder stellig ontkende. Hij benadrukte dat het een “fundamentele misvatting” was om te denken dat het betrokken fonds was opgezet om belasting te ontduiken. 

Ondanks het tromgeroffel en de grote woorden waarmee de Britse regering en overheid het topoverleg aankondigen, maken critici zich zorgen. Alle voorgestelde maatregelen tegen witwassen, geheimhouding, belastingontwijking en schijnconstructies ten spijt, blijft Cameron er in slagen om trusts uit te sluiten van deze nieuwe regels. Gevreesd wordt dat er voor de elite dan toch een alternatief beschikbaar blijft, nu de Zwitserse nummerrekeningen uit de mode zijn geraakt. 

bron: Taxcast (Naomi Fowler, John Christensen), ICIJ, NU.nl

Reacties zijn gesloten.