Intussen in Montenegro

foto Milo Djukanovic

Milo Djukanovic

Na jarenlang gesteggel met justitie in Italië of Milo Djukanovic (1960) nu wel of niet betrokken was geweest bij omvangrijke sigarettensmokkel, trok het OM in 2009 alle aanklachten tegen hem in. Djukanovic is inmiddels 20 jaar bijna onafgebroken aan de macht in Montenegro, eerst als eerste minister, daarna als president, daarna opnieuw als premier, tot hij zich in 2010 liet vervangen door partijgenoot Igor Luksic, een en ander naar Russisch voorbeeld. Djukanovic is voorzitter van de Democratische Socialistische Partij (DSP).

In de aanloop naar de parlementsverkiezingen medio oktober 2012 protesteerde anti-corruptieactiviste Vanja Calovic voor het presidentieel paleis in de hoofdstad Podgorica. Verkleed als kalkoen stelde ze zich kandidaat voor het hooggerechtshof, waarvan Calovic vindt dat de rechters de regering geen strobreed in de weg durven te leggen. ‘Op papier bestaat er scheiding der machten, maar uiteindelijk is er toch maar één partij, of eigenlijk één man die aan de touwtjes trekt.’

Zijn buitengewone positie heeft Djukanovic te danken aan zijn beslissende rol bij het verwerven van de onafhankelijkheid in 2006. Al snel werd een grootschalig privatiseringsprogramma doorgevoerd, waarvan vooral zijn aanhangers beter werden.
Dat er met Djukanovic niet te spotten valt, merkte de voorzitter van de centrale bank vorig jaar. Toen die het aandurfde een woord van kritiek te uiten op de Prva Bank – waarin de familie Djukanovic aanzienlijke belangen heeft – werd hij vervangen. Door de directeur van die bank.

Nu vormen toetreding tot de EU en de NAVO één van de hoofdpunten van de campagne van de DSP.  Maar met het voorbeeld van Roemenië en Bulgarije in het achterhoofd heeft Brussel besloten de volgorde van de onderhandelingen om te draaien. Voortaan beoordelen ze eerst de staat van de rechtsstaat en van de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Dat zijn nu uitgerekend de zwakke plekken van de Montenegrijnse kandidatuur.

lees het hele artikel in de Volkskrant (Jan Hunin)

Reacties zijn gesloten.