Hoger beroep congreslid afgewezen

foto van William Jefferson

William Jefferson

Een voormalig congreslid uit Louisiana zag eind november 2012 zijn hoger beroep afgewezen tegen z’n veroordeling tot 13 jaar cel uit november 2009. William Jefferson (1947) werd toen veroordeeld voor wat de hoofdaanklager omschreef als “het meest uitgebreide en alom aanwezige corruptieschandaal in de geschiedenis van het Amerikaanse congres”. Zijn straf is dan ook de zwaarste ooit gegeven aan een lid van het congres voor een misdaad begaan tijdens zijn aanstelling.
Ook moest hij bijna 500.000 dollar terugbetalen. Dit bedrag zou naar brievenbus-maatschappijen van familieleden zijn gesluisd.

Als lid van het congres vergaarde Jefferson miljoenen door steekpenningen te verlangen van bedrijven voor bemiddeling – vanuit zijn overheidskantoor in Washington – bij investeringen zoals in de telecomsector in Ghana en Nigeria, in olieconcessies in Equatoriaal Guinea en in satellietcommunicatie in Botswana, Equatoriaal Guinea en Congo.

Verstopte dollars William Jefferson

 

Hij liep eind 2005 tegen de lamp toen de FBI in een vrieskist bij het Democratische congreslid thuis 90.000 dollar vond, bestaande uit biljetten die door de FBI voor dit doel gemerkt waren.

 

Tijdens de rechtszaak in 2009 hield Jefferson zijn kruit droog en sprak niet. Dit op advies van zijn advocaat Robert Trout, die zijn ‘bewijzen’ en het verhaal van zijn cliënt liever bewaarde voor het hoger beroep. Het draaide namelijk om de uitleg van het begrip “officiële handeling” in de regels over omkoping. Trout stelde dat Jefferson zich bijvoorbeeld nooit voor z’n stem om had laten kopen. De hulp die hij bood bij het regelen van zakelijke transacties in Afrika in ruil voor betalingen aan bedrijven van familieleden viel naar zijn oordeel niet onder het gewraakte begrip.

In hoger beroep werd zijn uitleg van het begrip “officiële handeling” als onafscheidelijk verbonden aan de context van “het formele wetgevingsproces” of op z’n minst van “overheidsbesluitvorming” als te beperkt geoordeeld.  Hij zal dus tot 2023 geduld moeten hebben, alvorens weer van zijn vrijheid te kunnen genieten.

bron: Chicago Tribune (Jonathan Stempel), The Times-Picayune (Jonathan Tilove)

Reacties zijn gesloten.