Eurocommerce: de andere kant van het verhaal

Ger Visser deed in NRC één keer zijn verhaal. Hij zit nu veertig jaar in het vak en weet – met de Rabobank – hoe het echt zit met Eurocommerce. Zijn weinig veranderde formule was in de beginjaren nieuw en is eigenlijk nog niet veranderd. Hij kocht zelf grond, regelde een architect en een aannemer en als het pand klaar was ook huurders. Daarna verkocht hij het. De vraag naar kantoren steeg sterk. Eurocommerce liet ook al panden bouwen zonder huurders te hebben en had zo altijd een voorraadje kantoren. “Want als klanten dan willen verhuizen, willen ze niet maanden wachten.” Omdat hij vaak meerdere kantoren tegelijk liet bouwen, kreeg hij bij aannemers korting. Die gaf hij dan weer door aan de huurder, bijvoorbeeld in de vorm van een verhuisvergoeding, niet ongebruikelijk in de sector.

logo RabobankUit het jaarverslag over 2010 komt een gezond bedrijf naar voren, waarvan je niet verwacht dat het een jaar later failliet kan zijn. Visser is over de oorzaak van het faillissement erg duidelijk. De Rabobank heeft hem om zeep geholpen. Nota bene z’n eigen huisbank, al 39 jaar lang. “Ze hebben makkelijk 100 miljoen aan me verdiend.”
In de herfst van 2011 gaven ze te kennen opeens een groot deel van hun geld terug te willen hebben. De 2 jaar tijd die Visser daarvoor vroeg kreeg hij niet. Enfin, de afloop is bekend.

Volgens Visser is het allemaal te herleiden tot een afrekening van de compliance afdeling met de commerciële mensen van de bank. “De juristen hebben nu de macht bij banken. Dat komt door de crisis. Geen risico’s meer. Zoveel mogelijk afbouwen.” Het lijkt nu net alsof hij er met het geld vandoor is en de Rabobank pijn lijdt. Maar de Rabobank lijdt naar zijn zeggen geen dubbeltje verlies. “Ze kopen straks op een onderhandse veiling de panden voor een koopje. Die kunnen ze dan later weer met winst verkopen. Maar ik ben mijn hele vermogen kwijtgeraakt.”

En die collectie Ferrari’s dan? In 1995 kocht Visser een stuk grond waar garages op stonden. Een ondernemer uit Eindhoven had daar belangstelling voor en vroeg of hij een gedeelte kon betalen met de sportwagens. “Die auto’s heb ik vervolgens ook voor zaken gebruikt. Eens in de zes tot acht weken gingen we wat rijden met klanten en relaties. Ik geef helemaal niets om auto’s.”

bron: NRC (Tom Kreling)

Reacties zijn gesloten.