Bondgenoot Sarkozy belaagd vanwege vermoedens corruptie

Claude Guéant

Claude Guéant

Claude Guéant speelde een belangrijke rol in de politieke opkomst van Nicolas Sarkozy en diens weg naar het presidentschap van Frankrijk. Begin mei 2013 vormde hij het middelpunt van verdenkingen van electorale fraude, meer in het bijzonder illegale campagnefinanciering. Bij doorzoekingen van zijn huis en kantoor zou men bewijs hebben gevonden van de ontvangst van ruim 500.000 euro van een buitenlandse rekening in 2008.

Deze beschuldigingen kwamen – zoals wel vaker – op een ongelukkig moment. De huiszoeking vond plaats in het kader van een ander onderzoek, namelijk dat naar mogelijke financiering van de campagne van Sarkozy met geld uit Libië. De daarbij betrokken Ziad Takieddine beweerde in april op TV dat daarvan wel degelijk sprake was geweest en ook bewijzen van zouden zijn. In maart waren er de beschuldigingen dat Sarkozy – alles ontkennend – geld zou hebben aangenomen voor zijn campagne van Liliane Bettencourt, de 90-jarige erfgenaam van het L’Oréal-vermogen. En in april de minister van Begrotingszaken, die in het geheim toch een Zwitserse bankrekening bleek te hebben gehad.

Guéant gaf leiding aan de nationale politie ten tijde dat Sarkozy in 2002 minister van Binnenlandse Zaken was, voordat hij zijn rechterhand werd. Hij leidde zijn campagne voor het presidentschap, werd vervolgens hoofd van de presidentiële staf om daarna zelf minister van Binnenlandse Zaken te worden.

Naar eigen zeggen ontving hij het forse geldbedrag van een Maleisische advocaat voor de verkoop van 2 schilderijen. Het betroffen werken van Andries van Eertvelt, een minder bekende Vlaamse schilder van maritieme taferelen uit de zeventiende eeuw. Zelden brachten zijn werken meer dan 15.000 euro op. Volgens een redacteur van het satirische weekblad ‘Le Canard enchaîné‘ zou dat Guéant tot een topverkoper maken van antieke schilderijen.

Van andere bedragen welke hij cash had ontvangen, beweerde hij dat dat bonussen waren uit de tijd dat Sarkozy nog minister was. Maar aan dergelijke betalingen was in 2001 een einde gekomen. Toen hij dan verklaarde dat het bonussen betrof uit fondsen voor politie-onderzoek, wist het eerder genoemde weekblad te melden dat dergelijke bonussen in 1998 waren opgeheven door Guéant zelf.

bron: The New York Times (Scott Sayare), LePoint (AFP), L’Express, ActuWiki

Reacties zijn gesloten.