‘Bedrijvendokter’ in beroep tegen straf voor omkoping en fraude

In één van de grootste zaken van witteboordencriminaliteit in Nederland tot nog toe, veroordeelde de rechtbank in Rotterdam medio juli 2013 Joep van den Nieuwenhuyzen tot een gevangenisstraf van 2,5 jaar onvoorwaardelijk. Hij werd schuldig bevonden aan omkoping, faillissementsfraude en meineed. Aan het proces, dat in april van start ging, ging 8 jaar onderzoek vooraf.

Joep van den Nieuwenhuyzen

Joep van den Nieuwenhuyzen © Volkskrant

Van den Nieuwenhuyzen (1955) stond van 1999-2004 aan het hoofd van het defensieconcern RDM (Rotterdamse Droogdok Maatschappij), dat in 2004 ten onder ging. In die periode zou hij directeur Willem Scholten van het Havenbedrijf  Rotterdam (HbR) hebben omgekocht. Deze verstrekte onbevoegd garanties ter waarde van ruim 180 miljoen euro voor bankleningen aan bedrijven van Van den Nieuwenhuyzen, terwijl het Havenbedrijf van niets wist. Scholten ontving daarvoor 1,2 miljoen euro op zijn Zwitserse bankrekening en mocht gebruik maken van een appartement in Antwerpen. Een vriendendienst, waarvoor hij in 2010 werd veroordeeld tot een jaar cel. Daartegen is hij in hoger beroep gegaan.

Rijn-Schelde-Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven (RSV), waarvan RDM onderdeel uitmaakte, ging in 1983 failliet. De nog levensvatbare onderdelen werden eigendom van de overheid, die het in 1991 verkocht aan de Royal Begemann Groep, een conglomeraat van opgekochte zieltogende bedrijven, waar ‘bedrijvendokter’ Van den Nieuwenhuyzen nieuw leven in blies. In 1996 werden de twee overgebleven RDM-bv’s uit de Begemann Groep gehaald en aan Joep van den Nieuwenhuyzen in privé verkocht. Sindsdien werden ze gebruikt voor diverse activiteiten in de wapenindustrie en deels daarmee samenhangende financiële transacties Van den Nieuwenhuyzen.

De faillissementsfraude waaraan hij schuldig werd bevonden hadden betrekking op SP Aerospace & Vehicles Systems en het schip ‘ss Rotterdam’. In een civiele zaak in 2006 werd RDM Holding al veroordeeld tot terugbetaling van 6,8 miljoen euro aan de curator in het faillissement van SP Aerospace, een bedrijf dat verkenningsvoertuigen maakte. Nu zouden in het licht van het faillissement ook nog eens miljoenen uit het bedrijf zijn gehaald en zou er achteraf met een valse overeenkomst voor gezorgd zijn dat de vordering op RDM uit de boeken verdween.

In mei 2003 kocht Van den Nieuwenhuyzen het vermaarde passagierschip ‘ss Rotterdam’, dat onder de naam ‘Rembrandt’ aan de ketting lag in Freeport (Bahama’s) na het faillissement van het Amerikaanse bedrijf Premier Cruises. De schrootwaarde van 5 miljoen euro werd voorgefinancierd door het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. Doel was het schip te verbouwen tot drijvend hotel, restaurant, congrescentrum en casino. Met garanties van datzelfde Havenbedrijf werd in een jaar tijd 103 miljoen euro geleend. Slechts 9 miljoen daarvan werd aan de opknapbeurt besteed, de rest ging naar hemzelf, familieleden en andere vennootschappen, waaronder een golfresort in China.

ss Rotterdam

ss Rotterdam

In december 2004 werd het voormalige cruiseschip failliet verklaard. Het faillissement van de gelijknamige vennootschap was aangevraagd door het Havenbedrijf Rotterdam. De bedrijven – SS Rotterdam, Lamoenchi en RDM TDS – waren aan het HbR overgedragen als zekerheid, mochten de banken een beroep doen op de ‘garanties van Scholten’. Dat deden zij uiteindelijk voor een bedrag van circa 100 miljoen. De drie ondernemingen bleken na onderzoek van PriceWaterhouse Coopers veel minder waard. Maar met relatief kleine investeringen zouden de ondernemingen sterk in waarde stijgen, zoals volgens Van den Nieuwenhuyzen afgesproken met het HbR.

Medio april 2013 schikte Van den Nieuwenhuyzen – naast bovengenoemde strafzaak – met curator Paul Peters van Lamoenchi Beheer en SS Rotterdam. In ruil voor 1 miljoen euro zette de curator alle civiele zaken tegen Van den Nieuwenhuyzen stil. De curator hield Van den Nieuwenhuyzen verantwoordelijk voor het faillissement van beide bedrijven. Hij zou vlak voor het omvallen van de bedrijven bezittingen uit de ondernemingen hebben gehaald.

Van den Nieuwenhuyzen kondigde kort na de uitspraak in Rotterdam aan daartegen in beroep te gaan. Hij bleef kennelijk overtuigd van zijn eerdere uitspraak: “Er is een groot verschil tussen crimineel gedrag en creatief ondernemerschap.”

bron: NRC (Camil Driessen, Annemarie Coevert), Sprout, Elsevier, Volkskrant (Ferry Haan), Wikipedia

Reacties zijn gesloten.