AFM geeft ook kleinere accountantskantoren een onvoldoende

Na een uiterst kritisch rapport in maart 2013 over 9 OOB-vergunninghouders, stelde de AFM in juli dat het droevig gesteld is met de kwaliteit van controles door kleinere accountantskantoren.

Onder de kop ‘Accountantsberoep in diskrediet‘ stelde Jan Wietsma vervolgens (op de site Accountancynieuws) een paar terechte vragen:

  • “Is de AFM bij de vergunningverstrekking in 2006 en 2007 te lankmoedig geweest?”
  • “Je vraagt je af waarom het accountantsberoep nog wettelijke bescherming verdient?”
  • “Hartchirurgen moeten een minimaal aantal operaties en ingrepen per jaar uitvoeren  willen ze aan de slag kunnen blijven als hartchirurg. Piloten moeten een minimaal aantal vlieguren maken willen ze überhaupt mogen blijven vliegen. Waarom voeren we geen minimumcriterium in voor de wettelijke controle? Wegen de commerciële  kantoorbelangen soms zwaarder dan de belangen van het maatschappelijk verkeer?”
  • “Kortom, we hebben nu al een stuwmeer van accountants in opleiding die nooit in staat gesteld zullen worden om een wettelijke controle op niveau uit te oefenen. Waarom vatten we als beroepsgroep nu niet de koe bij de horens en knippen we de accountantsopleiding niet op in een algemeen deel en een aantal specialisaties, zoals in de medische beroepspraktijk?”

 

Na Big Four onderzocht AFM 9 middelgrote OOB-vergunninghouders

De AFM deed na de vergunningverlening in 2006 en 2007 voor het eerst onderzoek naar de kwaliteit van de accountantscontroles bij 9 middelgrote accountantsorganisaties met een OOB-vergunning. Het betreft organisaties die naast de vier grootste accountantskantoren een vergunning hebben voor controles van zogeheten organisaties van openbaar belang (beursfondsen, banken en verzekeraars, OOB). Het onderzoek vond plaats tussen juli 2011 en december 2012.

Het betrof
– Accon avm controlepraktijk
– Baker Tilly Berk
– BDO Audit & Assurance
– Grant Thornton Accountants en Adviseurs
– HLB Schippers Beheer
– HLB van Daal & Partners
– Maatschap PKF Wallast
– Mazars Paardekooper Hoffman Accountants
– SMA Accountants.

Uit de AFM Monitor 2012 bleek dat de 9 onderzochte bureaus gezamenlijk ongeveer 15 % van het totaal aantal wettelijke controles in Nederland verrichten.

Gebouw AFMDe AFM constateerde dat bij alle onderzochte accountantskantoren de controles op belangrijke onderdelen ernstige tekortkomingen bevatten waardoor de kwaliteit van de accountantscontrole als geheel tekortschiet. Deze tekortkomingen deden zich voor bij de controles in alle onderzochte sectoren. De AFM richtte zich in het bijzonder op de financiële sector en de sectoren vastgoed en bouw.

De tekortkomingen in kwaliteit van de accountantscontrole waren vergelijkbaar met de tekortkomingen die de AFM eerder aantrof bij de grootste vier accountantsorganisaties waarover de AFM in 2009 en 2010 rapporteerde. De in het onderzoek betrokken kantoren namen in de afgelopen jaren al maatregelen om de kwaliteit te verbeteren, maar deze bleken nog niet toereikend te zijn geweest.

en daarna 30 NBA-kantoren. Advies: stop ermee

Dagblad Trouw berichtte medio juli 2013 dat het erbarmelijk is gesteld met de kwaliteit van controles door kleinere accountantskantoren. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) riep, naar aanleiding van de uitkomsten van haar kwaliteitsonderzoek, alle kantoren, die zijn aangesloten bij de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA), op om de kwaliteit van hun wettelijke controles tegen het licht te houden en maatregelen te nemen.

Voor accountantsorganisaties met slechts één of een beperkt aantal externe accountants (wat geldt voor het merendeel van de NBA-kantoren) betekent dit dat zij er goed aan zouden doen te overwegen om de AFM te verzoeken hun vergunning in te trekken, schreef de toezichthouder. ‘Zij kunnen zich dan volledig richten op hun overige dienstverlening, waarmee zij nu al ongeveer 90% van hun omzet behalen.’

De AFM onderzocht 30 kantoren, waarbij in totaal 63 accountantscontroles werden nagelopen. In 79 procent van de gevallen waren de controles van onvoldoende kwaliteit. Bij 24 van de 30 onderzochte kantoren waren de fouten zelfs zo ernstig dat de AFM deze kantoren heeft gevraagd een grondige analyse uit te voeren en een actieplan op te stellen. De toezichthouder heeft ook fouten in jaarrekeningen geconstateerd.

De AFM constateerde dat de kwaliteit van de wettelijke controles die zijn verricht door de dertig beoordeelde NBA-kantoren lager is dan die van de wettelijke controles die zijn verricht door OOB-vergunninghouders. Bij de OOB-accountantsorganisaties hadden de tekortkomingen in de meeste gevallen betrekking op specifieke onderdelen van de wettelijke controle. Bij de wettelijke controles die zijn verricht door NBA-kantoren zijn echter in meer dan de helft van de controles basale controletechnieken niet of verkeerd toegepast of was überhaupt niet of nauwelijks sprake van het uitvoeren van enige controlewerkzaamheden.

De NBA erkende de aangekaarte problemen en liet in een reactie weten dat in de branche al van alles wordt gedaan om de kwaliteit van accountantscontroles te verbeteren. ‘De uitkomsten bevestigden het belang van het al eerder in gang gezette kwaliteitsprogramma Het Moet Beter van de NBA’, reageerde de brancheorganisatie.

De door de AFM onderzochte kantoren waren verantwoordelijk voor 5 procent van alle wettelijke controles in Nederland. Het gaat om kantoren die geen controles uitvoeren bij beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars.

De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA), een zelfstandig bestuursorgaan dat zijn oorsprong vindt in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), stelde minister Dijsselbloem in een brief voor om accountants wettelijk te verplichten zich bij te scholen en regelmatig te laten toetsen op hun vakkennis. Het trainingsprogramma in het verbeterplan van de NBA achtte de CEA onvoldoende. De NBA vond op haar beurt de voorstellen van de CEA te ver gaan en adviseerde eerst het effect van haar maatregelen af te wachten.

bron: AFM, Trouw, Accountancyniews, NRC

Reacties zijn gesloten.